Polski Owczarek Nizinny
Alias: Nizinny
Groep: Herdershonden en veedrijvers, behalve Zwitserse Sennenhonden.

Herkomst: Voorvaderen van dit ras hoedden eeuwenlang schapen op de Poolse vlakten. De ruige vacht was nodig tegen regen, sneeuw en de koude. De arme boeren die deze Nizinny's gebruikten, fokten ze op werkeigenschappen. Vooral na WO II is een meer homogeen rasbeeld ontstaan.
Algemeen voorkomen: De Nizinny is compact en gespierd en is iets langer dan hoog (10:9). Hij draagt zijn hoofd tamelijk horizontaal. Hij heeft een lange vacht, ook op het hoofd. Zijn ogen worden op een karakteristieke manier bedekt door zijn haar, zodat het hoofd groter lijkt dan dat is. Zijn staart wordt gecoupeerd.
Schofthoogte: reuen 45-50 cm; teven 40-45 cm
Gewicht: 15-20
Vacht: Een ruige, lange en overvloedige vacht waarbij zowel recht als lichtgolvend haar geaccepteerd wordt. De Nizinny heeft een zachte en dikke ondervacht. Wit met grijs en effen grijs zijn de kleuren die het meest voorkomen, hoewel alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan.
Gebruik: Schapenhoeder, gezinshond.
Gezondheid: Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.
Aard: Vrolijk, levendig maar beheerst, intelligent, snel van begrip, gehoorzaam, soms iets gereserveerd naar vreemden, waakzaam en alert en begiftigd met een goed geheugen. Aanhankelijk voor het eigen gezin.
Bijzonderheden: Een maal per week goed borstelen en kammen; dagelijkse vachtcontrole is gewenst.
Bron: Raad van Beheer